Voedseleducatie in go als fundament voor leren en gezondheid

Hoe kunnen scholen in het gespecialiseerd onderwijs met voedseleducatie het verschil maken?

Leerlingen in go hebben veel vaker overgewicht

Overgewicht onder kinderen is een groeiend probleem, dat nog vaker voorkomt onder leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs (so, sbo en vso). Uit de Volksgezondheidsmonitor Utrecht blijkt dat kinderen in het speciaal (basis)onderwijs twee keer zo vaak overgewicht en drie keer zo vaak obesitas hebben als kinderen in het reguliere basisonderwijs.

Kinderarts Koen Joosten van het Erasmus MC ziet dagelijks de gevolgen van overgewicht: van luchtweginfecties en obstipatie tot diabetes. Volgens hem raakt dat niet alleen het lichaam, maar ook het leervermogen. “Ze hebben simpelweg minder energie om te leren en mee te doen.”

Dat gezondheidsproblemen onder leerlingen in het go relatief vaak voorkomen, vraagt om meer aandacht voor een gezonde leefstijl. Hoogleraar Preventieve Geneeskunde Onno Van Schayck (Universiteit Maastricht) wijst erop dat aandacht voor goede voeding niet alleen bijdraagt aan fysieke gezondheid, maar ook aan concentratie en leervermogen. Het aanleren van voedselvaardigheden is daarmee een kans die scholen niet voorbij zouden moeten laten gaan.

De school als fundament voor gezonde ontwikkeling

Juist omdat scholen dagelijks met deze leerlingen werken, liggen daar kansen voor preventie. Op school leren kinderen van elkaar en kunnen vaardigheden stap voor stap worden geoefend. Van Schayck stelt dat de schoolomgeving hiermee van grote meerwaarde is: “School is de ideale context om voedselvaardigheden aan te leren. Je bereikt alle kinderen, ongeacht hun achtergrond.” Hiermee zorgt voedseleducatie op school voor gelijkere kansen. 

Joosten benadrukt dat scholen daarin op verschillende manieren effectief kunnen zijn. Ze kunnen niet alleen kennis overbrengen, maar ook de eetomgeving gezonder maken. Voor hem staat vast dat gezondheid de basis is waarop alles rust: 

“Basaal is gezondheid het allerbelangrijkste. Als je dat niet goed voor elkaar hebt, dan kun je van alles bedenken in onderwijs, maar dan sta je al met 3–0 achter.”

Meer dan les: ervaren, oefenen en voorbeeldgedrag

Voedseleducatie kan bijdragen aan langdurige verbeteringen in het voedingspatroon voor alle kinderen en omvat meer dan de optelsom van losse lessen. Het gaat om vaardigheden én omgeving. Dat betekent samen koken, proeven, de markt of supermarkt bezoeken, maar ook nadenken over het beleid rond tussendoortjes en suikerhoudende dranken. 

Gertrude Zeinstra, senior onderzoeker aan Wageningen University & Research: “Op school kun je zorgen dat alle kinderen toegang hebben tot kennis over gezond voedsel en positieve ervaringen daarmee.” Het meeste effect wordt bereikt als ervaring en kennis elkaar versterken, een gezond voedselaanbod op school de norm wordt en de ouders betrokken worden. Zeinstra pleit voor een “whole school approach”: een manier van werken waarin alle invalshoeken en kansen worden benut om gezonde gewoontes te stimuleren.

Zo’n veelomvattende benadering lijkt misschien veel werk, maar adjunct-directeur Plantaz van VSO ZMLK St. Jan Baptist weet uit de praktijk dat het stapsgewijs kan worden aangepakt en de tijdsinvestering zeker waard is: 

“Het hoeft niet morgen allemaal gerealiseerd te zijn. Bovendien komt er iets voor in de plaats, namelijk: gelukkigere kinderen en een prettiger schoolklimaat.”

Positieve effecten op meerdere vlakken

Op basis van onderzoek stelt Zeinstra dat voedseleducatie kennis en voedselvaardigheden bij leerlingen aantoonbaar verhoogt. Ook zijn er positieve effecten zichtbaar op het eetgedrag; vooral op de consumptie van groente en fruit. Ze pleit er dan ook voor dat voedseleducatie breder wordt ingebed in het onderwijs. “Juist bij jonge kinderen ligt de sleutel, want jong geleerd is oud gedaan. Ik weet dat het voor scholen organisatorisch niet altijd eenvoudig is, maar als voedseleducatie een vaste plek in het onderwijs krijgt, kan dat een leven lang effect hebben.”

Aandacht voor een gezondere leefstijl kan op meerdere vlakken voordelen opleveren. Volgens onderzoek door Van Schayck op Limburgse basisscholen, leidde aandacht voor gezonde voeding in combinatie met meer bewegen niet alleen tot meer kennis en vaardigheden, maar ook tot positieve sociale effecten: kinderen voelden zich beter, pesten nam af en er waren signalen van verbeterde leerprestaties.

De meerwaarde van voedseleducatie lijkt bovendien niet beperkt tot wat er op school gebeurt. Ook thuis kan het effect hebben. Kinderen die op school nieuwe smaken en gerechten leren kennen, gaan daarover in gesprek met hun ouders, merken Van Schayck en collega’s. Een leerling die in de supermarkt aan zijn ouders groente aanwijst die hij op school heeft leren kennen, illustreert dat voedseleducatie niet stopt bij de schoolpoort.

Een investering in de toekomst, juist in het go

In het go, waar gezondheidsproblemen relatief vaak voorkomen, kan voedseleducatie een stevig fundament leggen voor zowel welzijn als gelijke kansen. Zoals Theunissen, directeur VSO ZMLK St. Jan Baptist, het samenvat: 

“Kinderen kunnen met een klein beetje inzet gezonder leven en daardoor ook gelukkiger zijn.”

In dat perspectief is voedseleducatie geen extra taak bovenop al het andere, maar een belangrijke investering in de ontwikkeling van kinderen, hun leerplezier én hun toekomst.

Voor dit artikel spraken wij met

  • Dr. Koen Joosten (kinderarts, Erasmus MC)
  • Prof. Dr. Onno van Schayck (hoogleraar preventieve geneeskunde van Universiteit Maastricht) samen met Rodger Plantaz en Ilja Theunissen (directieleden VSO ZMLK St. Jan Baptist, betrokken bij onderzoek Universiteit Maastricht)
  • Dr. Gertrude Zeinstra (senior Onderzoeker Consumentengedrag van Wageningen University & Research)