Duurzaam, lokaal en gezond: zo leren Haagse scholieren eten

In Den Haag leren kinderen op een speelse manier over duurzaam, lokaal en gezond voedsel. Van programma’s in schooltuinen en stadsboerderijen tot een kookwedstrijd voor middelbare scholieren. Zo ontdekken ze hoe voedsel groeit en welke keuzes goed zijn voor mens én milieu. Wethouder Robert Barker: “Voedseleducatie geeft onze jonge inwoners handvatten voor een gezonde en duurzame toekomst.”

“In Den Haag zijn er kinderen die via een educatieprogramma op school voor het eerst leren dat een tomaat aan een plant groeit en niet uit een fabriek komt,” gaat Robert Barker van start. “Dat maakt educatieprogramma’s zo waardevol: ze laten kinderen niet alleen zien hoe voedsel groeit, maar helpen hen ook bewuste, gezonde en duurzame keuzes te maken.”

Jong leren wat gezonde keuzes zijn

Die betekenis van vroeg leren herkent Barker ook uit zijn eigen jeugd. “Bij mij thuis was mijn moeder er heel duidelijk in: elke avond aten we groenten. Ook als er een keer iets ongezonds op tafel stond, pizza bijvoorbeeld, dan moest daar altijd groenten naast. Als je van jongs af aan leert wat een gezonde keuze is, dan heb je daar je leven lang plezier van.”

Volgens Robert Barker hebben ouders hierin een belangrijke taak, maar dat geldt ook voor de gemeente. “We kunnen mensen helpen om gezond te leven. Dat doen we door kinderen te leren wat gezond eten is – weinig suiker, weinig vet – maar ook door te laten zien wat plantaardig eten is. En dat dat lekker is én ook nog eens duurzaam en gezond.”

Overgewicht ernstig probleem

Die inzet is hard nodig. Overgewicht is een serieus probleem. Ongeveer de helft van de Haagse inwoners kampt met (ernstig) overgewicht en dat geldt ook voor één op de vijf kinderen tot 12 jaar. Bovendien zijn de gezondheidsverschillen in de stad groot. Zo’n twintig procent van de inwoners moet rondkomen van een laag inkomen, waardoor gezond eten niet altijd een makkelijke keuze is. “En dat in een stad waar ongezond eten in overvloed aanwezig is, vooral in kwetsbare wijken.”   

In de nieuwe Haagse Voedselstrategie - die in januari 2025 is vastgesteld - benadrukt de gemeente het belang van voedsel voor een duurzame en gezonde toekomst. De stad wil samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke initiatieven duurzaam, lokaal en gezond eten voor iedereen beschikbaar maken. Een belangrijk onderdeel van deze strategie is voedseleducatie. 

“De consulenten van de afdeling Natuur- en Milieueducatie ondersteunen leraren in het onderwijs en pedagogisch medewerkers in de kinderopvang met een breed aanbod aan lessen over natuur, duurzaamheid en voedsel. Zo kunnen leerkrachten kiezen voor lespakketten over de herkomst van voedsel, de invloed van eiwitten op het klimaat en het belang van gezonde én plantaardige keuzes,” somt Barker op. “Ook kunnen leerlingen op culinair avontuur. Ze kiezen een gerecht en verbouwen daarvoor hun eigen groenten. Zo ervaren ze het hele proces van zaadje tot bord.”

“Een ander mooi voorbeeld is Duurzame Masterchef. Een kookwedstrijd voor middelbare scholieren, waarin ze worden uitgedaagd om het lekkerste duurzame gerecht te bereiden. Ze leren niet alleen over duurzame producten, maar ook echt koken en daarbij zoveel mogelijk voedselverspilling te voorkomen.” Daarnaast zijn er smaaklessen, moestuinlessen en programma’s zoals Werelds Ontbijt, waarin kinderen leren hoe je de dag niet alleen gezond begint, maar dat zij met hun ontbijtkeuze ook de impact op de aarde kunnen beïnvloeden. “Zo verbinden we persoonlijke gezondheid, duurzaamheid en wereldburgerschap in één les.”

Plantaardig op je bord

Daarnaast besteden de programma’s veel aandacht aan plantaardig eten. “Meer groenten, noten en bonen op je bord is gezond, beperkt dierenleed en draagt bij aan schoner water, lucht en bodem,” legt Robert Barker uit. “Bovendien hoeven plantaardige producten niet duur te zijn. Peulvruchten zijn bijvoorbeeld goedkoper dan vlees, wat belangrijk is voor gezinnen met een krappe portemonnee.”
Het effect van de voedseleducatieprogramma’s is niet altijd direct meetbaar, maar de signalen zijn positief. “Als ik op scholen kom, zie ik hoe enthousiast kinderen zijn,” zegt Barker. “Van de consulenten van NME hoor ik dat kinderen de informatie vaak mee naar huis nemen. Zo bereiken we ook de ouders. Dat is een mooi resultaat.”

Toch is educatie slechts één manier waarop de gemeente impact wil maken. “We moeten als gemeente ook zelf het goede voorbeeld geven. In onze eigen bedrijfsrestaurant en bij veel evenementen kiezen we daarom voor duurzame en gezonde opties. Ook ondersteunen we voedselinitiatieven in de wijken – zoals groene stadsoases, buurt - en volkstuinen en aanschuiftafels,” vertelt Robert Barker. “Juist op deze voedselverbindingsplekken ervaren inwoners wat gezond, plantaardig, lokaal en gezamenlijk eten betekent.  Ze leren nieuwe vaardigheden, ontdekken seizoensgebonden en gezond voedsel en voelen zich onderdeel van een gemeenschap.”

Robert Barker sluit af: “Als gemeente moet je begrijpen dat voedsel veel verder reikt dan wat er op je bord ligt. Het raakt gezondheid, duurzaamheid, armoedebeleid en sociale samenhang. Wat je eet heeft invloed op je leefomgeving én op je eigen gezondheid. Daarom moeten we als stad inzetten op verbinding en educatie en zelf het goede voorbeeld geven. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat gezond en duurzaam eten echt voor iedereen beschikbaar wordt.”

Tekst: Merel Eijken